ga terug naar de startpagina
hier ziet u enkele voorbeelden van ons werk
algemene voorstelling van onze onderneming hoe neemt u het best contact met ons ?

het beroep van restaurator-conservator:
achter de schermen van het kunstgebeuren.

keer terug naar de vorige pagina

  1. Ons land is rijk aan mooie kunstwerken. Vooral inzake de schilderkunst mogen we meer dan trots zijn. Denk maar aan de werken van Van Eyck, Memling, Brueghel, Van Dyck, Rubens en zovele anderen. Al die schilderijen zijn echter al eeuwen oud. En dat merk je. Ouder worden heeft gevolgen voor een kunstvoorwerp. Veroudering kan een bedreiging inhouden voor het voortbestaan van het kunstwerk. En daar ligt precies de bestaansreden van de 'beroepsrestaurator', die de kwalijke gevolgen van veroudering voorkomt (= conservatie) of herstelt (= restauratie).

  2. De conservatie en restauratie van kunst- en cultuurvoorwerpen is een heus ambacht, dat zowel passie voor de kunst als héél veel geduld vraagt... maar "elke vierkante centimeter van nabij leren kennen is een openbaring".

  3. Het beroep van conservator-restaurator maakte een belangrijke evolutie door. Van het herstellen van kunstwerken, vroeger toevertrouwd aan kunstenaars of ambachtslieden, is conservatie en restauratie thans geëvolueerd naar een beroep met een wetenschappelijke aanpak, d.w.z. methodisch onderzoek, diagnose en documentatie. Deze methodologie - met als doel het behoud, de conservering en de restauratie van het erfgoed - wil het verval van kunstvoorwerpen vermijden, vertragen of herstellen.

  4. Het vak van conservator-restaurateur is zeer gespecialiseerd geworden. Men moet kunnen samenwerken met andere collega's en hun advies inwinnen. Men moet ook een beroep doen op vaklui uit andere sectoren: kunsthistorici, archeologen, wetenschapsmensen zoals scheikundigen, fysici, fotografen, heraldisten... Men moet zijn kennis en ervaring delen door middel van opleiding van stagiairs, lezingen en publicaties, enz.

  5. Het vak van restaurator bestaat nog niet zo lang. Vroeger werden restauraties steeds overgelaten aan schilders, goede en soms ook minder goede, die vaak veranderingen aanbrachten aan het schilderij. De hedendaagse restaurator doet dat niet.

    Het getuigt van overmoed wanneer "particulieren" zélf conservator of restaurator gaan spelen en zich wagen aan de reiniging van een schilderij. De gevolgen van sommige pogingen met stukjes van aardappelen, uien en andere groenten of - erger nog!- bruine zeep of ander een ander poetsmiddel zijn niet te overzien. De "mirakelprodukten, die in de handel verkrijgbaar zijn, kan men beter links laten liggen. Deze zepen, die vele hobbyisten aanbevelen zijn zuur en tasten op lange termijn het volledige doek en de verflaag aan. Het reinigen van een schilderij is het werk van een vakman, een restaurator-conservator.

  6. Beschadigde originele materie blijft beschadigd, op welke manier je ook ingrijpt. Het enige wat een conservator-restaurator kan doen is de agressie van de beschadiging milderen en zorgen dat er in de toekomst geen verdere degradatie optreedt. Met andere woorden: hij kan de leesbaarheid van het kunstwerk verbeteren, maar het kunstwerk zélf kan hij niet in zijn oorspronkelijke staat herstellen. Want wanneer je een beschadigd schilderij te veel zou bijschilderen pleeg je vervalsing. Dat kan en mag nooit de bedoeling zijn van een restauratie-ingreep. Restaurering veronderstelt het streng naleven van een ethische code en van een aantal deontologische gedragsregels.

  7. Wanneer we denken aan oude kunstwerken, zoals schilderijen, hebben we vaak een beeld voor ogen van "bruine en vergeelde" kunstwerken. Sterker nog: veel mensen gaan ervan uit dat een oud meesterwerk per definitie donkere kleuren heeft. Wanneer we een museum bezoeken dat zichzelf respecteert, weten we wel beter. De oude werken zijn helemaal niet donker, maar tonen integendeel een zeer mooi en levendig kleurenpalet. Dit palet zit in tal van gevallen verborgen onder vele eeuwen van vernislagen, stof, rook - en als het kerken betreft - misschien zelfs wierookaanslag. Wat velen niet weten is dat er vakmensen bestaan die deze mooie werken van onder het stof halen, herstellen en onderhouden. En het gaat hier niet alleen om kleine werkjes die ergens een paar eeuwen op een zolderkamer vertoefden, maar ook over grote, magistrale werken van vele vierkante meters.

    Wist je dat er nog veel kunstwerken onvermoed en ongeacht rondslingeren in privé-bezit? Soms kom ik bij particulieren tot een aangename ontdekking, maar dikwijls moet ik ook mensen teleurstellen. Zo heb ik ooit een meesterlijk schilderij ontdekt onder een amateurswerk. Het doek stond al jaren op zolder. De eigenaars brachten het schilderij binnen om te vragen of ze het mochten weggooien. Ik had hen verteld dat het schilderij op het eerste gezicht enkel sentimentele waarde had, maar dat er misschien iets ouders onder de overschildering zat. De drager (het doek ) was alleszins 17 de eeuws. De eigenaars besloten om het risico te nemen en het doek te laten restaureren. En wat bleek? Ze hadden geluk. Het schilderij was (na verwijdering van de overschildering) een madonna met kind uit de 17de eeuw (uit de school van Van Dyck) en veel mooier dan het landschap uit 1940, dat er vermoedelijk tijdens WO II was opgezet om de duitse bezetters te misleiden.

  8. Er zijn twee soorten behandelingen:

    • Conservatie die gericht is op het behoud van het kunstwerk en dus niet op optische verbetering.

    • Restauratie die veeleer poogt het kunstwerk te herstellen. Een keuze vanuit esthetisch en optisch oogpunt. Dat belet niet dat je eventuele latere ingrepen kan tegengaan. Verf veroudert en craqueleert (= vertoont een netwerk van kleine bartjes) hoe dan ook, maar daar doen we niets aan, want dat is nu eenmaal inherent aan het materiaal. De werking van de tand des tijds moet je aanvaarden. Het kan gerechtvaardigd zijn om datgene wat niet behoort tot het oorspronkelijke concept, zoals toegevoegde vernislagen, weg te halen of te behandelen, zodat het werk opnieuw dichter bij zijn oorspronkelijke staat komt... in de mate dat je weet hoe dat was, natuurlijk.

  9. De waarde van een schilderij wordt mede bepaald door de toewijding waarmee het kunstwerk is behoed voor de tand des tijds.

    Een schilderij in slechte staat verliest een deel van zijn waarde. Maar vanuit puur economisch standpunt moet men zich altijd afvragen welke meerwaarde een schilderij zou krijgen na een restauratie, alvorens hier ook maar enig geld aan uit te geven. Niet elk kunstwerk is het waard om, onder eender welke voorwaarden, te worden gerestaureerd. Het bedrag van de restauratie moet in verhouding blijven tot de waarde van het werk, of deze waarde nu min of meer objectief (handelswaarde, artistieke of historische waarde) of subjectief is (emotionele of familiale waarde).

  10. De reiniging van een schilderij bestaat in het al dan niet opfrissen van de vernislaag die de verf beschermt. De vernislaag - en soms zelfs de overschildering - wordt gedeeltelijk of volledig verwijderd - ofwel worden latere toevoegingen (vaak zelf van vroegere restauraties) verwijderd. Ruw geschetst kunnen we twee scholen onderscheiden:

    • De eerste school is voorstander van een volledige verwijdering van het vernis en de systematische verwijdering van de vroegere overschilderingen, met als resultaat een opgefrist uitzicht en heldere kleuren.
    • De tweede school is voorstander van een meer gematigde reiniging, waarbij dikwijls niet storende overschilderingen ongemoeid worden gelaten worden. In dit geval wordt een dun laagje vernis niet verwijderd en wordt oordeelkundig te werk gegaan bij het verwijderen van overschilderingen. Bij een dergelijke reiniging bewaart het schilderij een patinalaag die de kleuren zachter maakt en getuigt van de uniforme veroudering van het schilderij.

    Musea en verzamelaars, althans in West-Europa,verkiezen doorgaans de tweede oplossing. De eerste oplossing met doorgedreven reiniging houdt immers het gevaar in dat een deel van de huid van de verflaag verdwijnt. De vraag is dus hoever men kan gaan zonder té ver te gaan. Men kan soms ook opteren voor de gulden middenweg. Maar dat vraagt veel kennis en ervaring.

  11. Daarom is het zo belangrijk om een beroep te doen op een professional met kennis van zaken, bijv. bij het verwijderen van overschilderingen. Dit restauratiewerk is fysiek veel zwaarder dan het op het eerste gezicht lijkt, want op een stoeltje zitten voor een doek, met een borsteltje in de hand, is het echt niet. Het vergt concentratie en inspanning van zowel de geest als van het lichaam. De vereiste langdurige concentratie wordt wel eens onderschat. Ook het langdurig in eenzelfde houding zitten of door de microscoop kijken, is niet vanzelfsprekend. Het is en blijft een fantastisch en boeiend beroep, maar je mag het niet onderschatten. Het eindresultaat dat tevoorschijn komt wanneer een werk wordt gered, maakt het allemaal wel meer dan de moeite waard, zeker als het resultaat een gaaf bewaard schilderij is.

  12. Hoe wordt iemand nu restaurator?

    Ik hou van schilderijen en kunstgeschiedenis en van het werken met mijn handen. Restaureren betekent met je handen bezig zijn en ... met je hoofd. Want denken hoort er evenzeer bij. Vroeger leerde je het vak van bijvoorbeeld je vader, of een bekende, of je ging in de leer bij een restaurator in een museum. Na een aantal jaren had je dan voldoende geleerd. Vroeger was restaureren ook een opleiding achteraf.

    Dat is nu veranderd. Je kan er nu voor kiezen na je middelbare school. De opleiding duurt nu vier jaar. Deze vroege keuze, op 18-jarige leeftijd, heeft “voordelen en nadelen”. Wanneer je op latere leeftijd begint heb je al andere ervaring opgedaan. Dan krijg je tijdens de opleiding meer mensen met een verschillende achtergrond. Sommigen hebben kunstgeschiedenis gestudeerd. Anderen volgden eerst een kunstopleiding. Nog anderen hebben scheikunde gestudeerd. Met al die mensen samenwerken maakt het boeiend. Natuurlijk blijft het vak zélf leren uitvoeren het belangrijkste.

    Hoe begin je aan een restauratie? Door te kijken! Er gebeurt een vooronderzoek. Dat vooronderzoek is 'kijken', maar dan niet enkel met je ogen. Er worden allerlei hulpmiddelen ingezet. Daarbij horen de microscoop, X-stralen, UV-licht, strijklicht, enz. Dat onderzoek probeert de toestand van het werk heel duidelijk te maken. Zo kan je de problemen van het werk op een rijtje zetten. Vervolgens wordt een plan opgesteld voor de behandeling van het schilderij. Pas daarna kan het echte werk beginnen. Dit gebeurt soms onder begeleiding van andere kenners, die allemaal hun eigen specifieke ervaring hebben. Het gaat om andere restaurators, scheikundigen, mensen uit musea, onderzoekers, e.d. Het is de restaurator die een verslag uitbrengt, want hij is de feitelijke uitvoerder en heeft ook het beste beeld van het werk. Hij werkt er immers bijna elke dag aan. Hij schrijft op wat hij ziet tijdens zijn werk. Maar niet alleen dat. Er worden ook foto's genomen als bewijsmateriaal.

  13. Wat is het doel van restauratie?

    Het is de primaire bedoeling van de restaurator om een voorwerp in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. Het kan hier gaan om verschillende objecten, veelal van historische of artistieke waarde. Een (kunst)object is in principe niet gemaakt voor de eeuwigheid, alles heeft een begin en een einde. Dat is ook zo voor kunstvoorwerpen die zijn aangetast door de tand des tijds. Sommige problemen zijn van recentere datum, zoals bijvoorbeeld de smog. Smog bevat een bijtend zuur, dat vele zandstenen gevels gewoon wegvreet, en zo de witsteen van onze middeleeuwse monumenten aantast. Een restaurator heeft dan ook de taak om het kunst- en cultuurpatrimonium te bewaren en te conserveren voor de volgende generaties. Men kan hem als het ware beschouwen als "de verpleger" van kunstvoorwerpen. Zijn werk is meestal een ingrijpend gebeuren in het leven van een kunstvoorwerp. Eerst stelt de restaurator een onderzoek in, maakt dan een diagnose, gevolgd door een eventuele ingreep of behandeling.

  14. Er bestaan internationale, Europese en Belgische ethische codes, die bepalen dat een restauratie altijd omkeerbaar moet zijn, zodat een slechte of onverantwoorde ingreep nadien nog ongedaan kan worden gemaakt. Restauraties zijn meestal heel duur vanwege het speciale materiaal en de technieken die worden gebruikt. Als een restauratie goed is uitgevoerd, is het soms mogelijk dat het kunstwerk compleet is veranderd van uiterlijk, doordat latere toevoegingen zijn weggehaald (bijvoorbeeld het verwijderen van neogotische polychromie op een barokbeeld). Het kunstwerk kan in de loop van het onderzoek soms geheimen prijs geven, die eeuwen verborgen bleven voor het menselijk oog.

  15. Welke restauratie?

    Hoewel de mensen geneigd zijn om waardevolle objecten met de nodige zorg te omringen (denken we maar aan onze musea), kunnen ze toch niet vermijden dat kunstwerken onderhevig zijn aan afbraakprocessen. Het bewaren van kunst is daarom een eeuwigdurende strijd tegen het verval. Gelukkig kan de degradatie van kunstwerken worden vertraagd door ze in ideale omstandigheden te bewaren. Maar er worden tentoonstellingen gehouden, kunstwerken vervoerd, verkocht, opgeslagen, gemanipuleerd, opgehangen, afgehaakt, ingepakt, uitgepakt, enz. Al deze handelingen kunnen schade veroorzaken. Sterker nog, ze veroorzaken daadwerkelijk schade! Soms is deze schade onmiddellijk zichtbaar: bijvoorbeeld een scheur in een schilderij op doek. Vaak wordt deze schade pas na enige tijd vastgesteld: bijvoorbeeld craquelurevorming, opstuwing van de verflaag of afschilfering.

    Vaak wordt er veel belang gehecht aan zo 'n beschadigd schilderij en wensen we dit werk in de mate van het mogelijke te herstellen. Dat is dan de taak van de restaurator. Binnen de ethische en esthetische beperkingen die hem (of haar) worden opgelegd, zal hij het werk zoveel mogelijk naar zijn oorspronkelijke staat trachten terug te brengen. Overblijvende originele materialen zal hij zo goed mogelijk conserveren, zodat verdere schade wordt beperkt. Preventieve of passieve conservatie omvat een geheel van maatregelen en handelingen, dat erop gericht is een optimale omgeving voor de bewaring van de voorwerpen te scheppen en te handhaven. Doel van de preventieve conservering is het verval zoveel mogelijk te verhinderen of te vertragen, zonder te raken aan het object.

  16. Mogelijke ingrepen van conservatie-restauratie

    • Onderzoeken en bekijken: wat is dringend? Zijn er in het verleden restauraties of ingrepen uitgevoerd? Zo ja, waar en hoe?
    • Wat los zit en dreigt af te vallen: fixeren (verflaag)
    • In geval van gevaar voor het oppervlak door de slechte staat van de drager: verdoeken
    • Reinigen van een vuile laag, vergeelde vernis, oude retouches...
    • Opnieuw retoucheren en de hieraan gekoppelde ethische vragen stellen: hoever mag je gaan?
      Wanneer wordt het een vervalsing?
      Kan het schilderij worden geretoucheerd?
      Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van reversibele materialen.
    • Diepgaander historisch en tegelijk chemisch onderzoek. Bijvoorbeeld een analyse van de samenstelling van verf leidt tot informatie over het ontstaan van het schilderij. Of metingen met X-stralen, UV-licht of IR-opnames leggen onderliggende lagen bloot en onthullen informatie over het verleden van het schilderij.

  17. Veel gestelde vragen in verband met restauratie

    • Wat is de waarde van mijn schilderij?

      Hierop kan de restaurator niet altijd een antwoord geven. Het verdient aanbeveling om in dit geval contact op te nemen met een onafhankelijke expert of met een veilingshuis
      Zowel bij de verantwoording van een restauratie- of conservatiebestek als bij een heuse expertise ontstaat er nogal vaak verwarring over het begrip "waarde".
      Onder venale waarde wordt meestal de gemiddelde prijs begrepen die men in een veilinghuis bij openbare verkoop in België kan bekomen.
      Onder huidige waarde verstaat men doorgaans de venale waarde, te verminderen met de vetusteit (= verouderde staat).

      De vervangingswaarde is de waarde die u op een bepaald ogenblik dient te betalen voor een gelijkaardig voorwerp van gelijkaardige oorsprong, kwaliteit en ouderdom, in perfecte toestand (eventueel na conservatie/restauratie), in België, BTW inbegrepen, in een eerlijk veilingshuis

      De sentimentele waarde is minder rationeel. U heeft bijvoorbeeld een schilderij geërfd van  grootmoeder en u houdt er een persoonlijke herinnering aan over. Dat is niet in geld uit te drukken!

      De historische waarde is, naast de intrinsieke kwaliteiten, ook gebaseerd op een getuigenis van het tijdperk waarin het kunstvoorwerp werd vervaardigd. De schoonheid van een kunstwerk of zijn kunstwaarde is niet volgens een optelsom uit te rekenen. Er blijft altijd wel iets van een subjectieve waardering. De één is meer gevoelig voor de hoge graad van stofuitdrukking, terwijl de ander vooral geboeid raakt door de compositie. Overigens is het zo dat bovengenoemde picturale middelen niet op zichzelf staan, maar een sterke onderlinge samenhang vertonen. Zo kan men de ruimtelijke werking overtuigend weergeven door middel van kleur, maar evengoed met perspectief, met proporties of met licht en toon. Ook de makelij (= factuur) kan daarbij een rol spelen.

    • Wat is de kostprijs van een restauratie?

      Die kan sterk variëren van schilderij tot schilderij. De meeste kosten zijn gebaseerd op een uurtarief, en het werk zal zeker eerst moeten worden onderzocht alvorens hierover een uitspraak kan worden gedaan. Elke verantwoordelijke restaurator zal dat op deze manier doen. Schade herkennen is niet altijd zo eenvoudig als het er misschien uitziet, en de restauratie ervan zeker niet. De ingrepen moeten eerst goed worden doordacht vooraleer er een prijsopgave kan volgen. De uiteindelijke correcte prijs kan echter toch alleen maar worden gegeven nadat het werk grondig is onderzocht.

    • Blijft het werk zijn waarde behouden na de restauratie?

      De reden waarom een schilderij restauratie nodig zou hebben heeft de waarde al doen dalen, en professionele restauratie kan alleen maar helpen het stuk zijn waarde te laten behouden. Slechte restauratiepraktijken van amateurs en onnodige restauraties zoals verwijdering van originele patina kunnen echter wel resulteren in een waardevermindering.

    • Is de restauratie van mijn schilderij wel de moeite waard?

      Dat is een persoonlijke vraag. Het is iets wat u vooral zelf moet beslissen. De waarde van een schilderij houdt geen verband met de kosten van restauratie, die vooral arbeidsloon inhouden. Het kan dus voorkomen dat de financiële waarde van een schilderij lager is dan de kosten voor restauratie. Dan komt het u toe om uit te maken of de emotionele waarde ervan groot genoeg is om een restauratie toch de moeite waard te vinden. De restaurator moet daarbij eerlijk open kaart spelen en u niet onnodig veel laten betalen.

    • Is een restauratie voor iedereen mogelijk?

      Elk schilderij krijgt de aandacht die het verdient, of het nu van oma is of van een grote verzamelaar. Ook de kleine meesters verdienen ons respect.

    • Hoe lang gaat het schilderij nu - na restauratie - weer mee?

      Dat hangt natuurlijk altijd af van het specifieke geval, wat er precies gedaan is, enz. Maar in het algemeen gesproken zou het weer ongeveer 100 jaar mee moeten kunnen gaan, op voorwaarde dat er goed voor wordt gezorgd en dat er geen ongevallen mee gebeuren.

keer terug naar de vorige pagina

 

KERAT BVBA

Hoogweg 42
B - 8940 Wervik
Tel.: 056-22 67 97
GSM: 0495-51 33 87
Fax: 056-31 02 21
E-mail: info@kerat.be
Websites:

Erkend Aannemer Klasse 1D23
- Registratie BE 0.455.459.540.
- Erkenning: nr 052801
- HRI: 36 101
Ex-voorzitter en nu bestuurslid van de
    Art Restorers Association (ARA)
Ere-lid van de Jonge Ekonomische
    Kamer Kortrijk (JCI)
Docent antiek schilderijen expert bij
    SYNTRA WEST

BTW nr. BE 0 455 459 540

Rek.nr.
Frederik Cnockaert: 738-0077194-04
IBAN-nr. BE10 7380 0771 9404
BIC-code: KREDBEBB
Rek.nr.
Kerat BVBA: 468-3169001-77
IBAN-nr. BE80 4683 1690 0177
BIC-code: KREDBEBB